Poaske aai


Kinderen vieren pasen met Poaske aai ca. 1927 (foto W.F.Pastoor)

Poaske-aai werd op Goede Vrijdag 's ochtendsvroeg gevierd.
Dit ging als volgt: vroeg in de ochtend gingen de kinderen naar school daar aangekomen schreven de kinderen hun naam op de schooldeur om aan te geven dat ze er vroeg bij waren.
Nu is het wachten op de luilakken die niet zo vroeg uit hun bed konden komen. een voor een komen de langslapers het schoolplein op.
Met luid gehoon worden ze begroet en dan vlak voor begin van de schooldag komt ook de laatste aan.
Deze luilak wordt met veel lawaai, geranseld en met as bestrooid uit de "aaskeput" (dit is een jutezak vol met as) .
De jongen wordt als schandebok op de plank gezet en krijgt de aaskeput om zijn hals.
De aaskepoesters nemen nu de plank op de schouders en gaan het hele dorp door en eindig op het schoolplein.
De luilak wordt uitgejouwd en onder het luidkeels zingen van het sarversje:

Aaskepoester en Poaskaai bin opgestoan,
Magn wel weer noar bér tou goan,
Magn wel weer noar bér tou goan,
't Is mien aai en blift mien aai,
't Is mien goln poaskaai.